Blog

Op deze plek kunt u maandelijks een nieuwe bijdrage van Frank Heine lezen in de vorm van een verhaal, gedicht essay of boekfragment.
 

September

Een onaangename inleiding


Plots waaide de warme junidag door de tuin, beroerde de struiken en deed de platanen ruisen. Het overweldigde me en deed me denken aan geluk. Daarna kwam de milde zomerregen.
Toen ik in de late middag zag hoe de in de haag afgezette regendruppels parelden in de laatste zon, besefte ik hoe klein mijn wereld was en hoe eenzaam ik was, zonder dat ik dat vaak besefte.

Ja, aardig, dacht Daniel en verviel in gestaar naar buiten.

Het was gaan waaien en de tijd kabbelde haast onhoorbaar tegen onzichtbare oevers.

‘Daniel?’

Het was het zwarte krullenhoofd van Joke.

‘We gaan afsluiten. Heb je nog iets?’

Het was zoals altijd. Ze zou ramen en deuren sluiten en de sleutel zorgvuldig in haar tasje opbergen. Even later liep zij met haar fiets aan de hand langs zijn raam naar de straat. Hij zag haar ‘tot maandag’ zeggen en kort naar hem zwaaien.

Waar was de tijd van zojuist gebleven? Het verzinken in gedachten over vroeger, wat hem allemaal was overgekomen, geleidelijk, in al die jaren. En hoe het langzaam kruipend verder zou gaan. Naarmate je ouder wordt, dacht hij, is het alsof alles inklinkt, steviger vast komt te zitten, als basaltblokken in een immens bouwwerk dat je leven is. Alles wordt onwrikbaar, er is niets meer te veranderen, te weerleggen. Je lot lijkt bepaald. Alles wat je nog zou willen is onmogelijk geworden. Door de tijd.

‘Je zou je wat meer verantwoordelijk moeten voelen,’ had zijn broer gezegd.

‘Waarvoor?’


 Zo begint het korte verhaal "De uitgever" uit de aanstaande verhalenbundel "Sterke Verhalen"


Augustus


Noot van de verteller 

 

Ik weet niet waar ik ben. Het ruikt naar ziekenhuis en dat is het ook, denk ik. Er is iets gebeurd wat zich aan mijn bewuste beleving onttrekt. Ja, een normale ziekenhuiskamer is het. Eenpersoons. Ik voel niets en dat ervaar ik niet als geruststellend, want over mijn onderbenen en voeten staat een huif. Een ophoging van de deken die op een huifkar zonder wielen lijkt. In de lange trek naar het verre weidse westen moe getrokken en hier op het bed gestrand. Een witte gedaante schuift door de kamer, beeld voor beeld verplaatst het zich in mijn richting. Ik hoor het holle gepraat, ik versta het niet. Iets wordt steeds vragend herhaald.

p;  Wanneer ik traag tot bewustzijn kom is het donker. Er brandt een klein lampje ergens links boven mij, verderop zoemt iets. Een hand houdt een beker voor mijn mond. Ja, ja, drinken. Dat is lekker.

‘Goed zo, meneer Majoor, dat zal u goed doen.’

Ik heet geen meneer Majoor, dat kan ik alleen nu niet zeggen. Ik wil meer drinken.

‘U weet waarom u hier bent?’

Het is groentesoep, niet te heet. Zout, lekker, ik wil meer.

‘U heeft een ongeluk gehad.’ Ik hoor dat het een vrouw is die dit zegt. Een ongeluk.

     


Dit is het begin van het verhaal van Evert Burden, de man die de straat overstak op weg naar de bakker op een late vrijdagmiddag in februari. Behalve over zaken die hij niet kan weten of waar hij geen getuige van was, laat ik hem meestentijds zelf aan het woord. Maar soms, wanneer hij te breedsprakig wordt of wanneer hij door zijn verwarrende zelfonderzoek de lezer te veel opzadelt met onbegrip, grijp ik in en rond ik het hoofdstuk af. Ik mag hem wel, deze Evert, de man die verstrikt raakte in wat hij niet begreep, maar niettemin onbetwist de huisvriend was van het vreemde huis aan de Dorpsstraat nummer 10.

Moge de lezer ervoor kiezen deze plek te mijden.

 




JULI

Ter nagedachtenis aan mijn vriendin Aaf Koning (1943 – 2026)

 ‘De sigaar is koning’ van Aaf Koning     

Boekpresentatie 28 mei 2016 in Nieuwe Pekela

 

Dames en heren, beste mensen,

Ik sta hier omdat de auteur van vanmiddag, mijn vriendin Aaf Koning, mij gevraagd heeft iets te zeggen over haar boek. Haar beweegredenen hierin zijn mij niet helemaal duidelijk geworden. Misschien is het omdat wij elkaar al jarenlang kennen en af en toe gezellig met zijn vieren aan de maaltijd zitten. Misschien ook omdat ik na mijn pensionering een nieuw beroep ben gaan uitoefenen, namelijk dat van redacteur bij een uitgeverij. Ik houd het er maar op dat het een beetje van het een en een beetje van het andere is.

Als Maastrichter van geboorte en inwoner van Amersfoort lijkt het dat ik wat ver van huis ben en mij daardoor misschien wat moeilijk kan inleven in de geografische context waarin Aaf haar verhaal heeft geschreven.  

Ik kan u geruststellen. Niet alleen werkte ik vele jaren bij theater Veenlust in Veendam vanwaar ik natuurlijk Albatros heb leren kennen, maar meer nog mag ik mij de gelukkige echtgenoot noemen van de eveneens uit Nieuwe Pekela afkomstige Alice Hulzebos.

 

Om iets over het boek van Aaf te zeggen kan ik niet anders dan teruggrijpen op mijn ervaring als redacteur in welke hoedanigheid ik veel boeken onder ogen krijg: romans, non fictie, historische werken, en dergelijke.

Voor de beoordeling van deze boeken moet je een paar criteria hanteren, bijvoorbeeld als het gaat om de taal, dus de schrijfstijl, het woordgebruik, de afwisseling in de zinsbouw. Verder de vorm: het betoog moet logisch van opbouw zijn, het verhaal moet volgens een herenbare structuur zijn opgebouwd. Dat klinkt gemakkelijker dan het is. Soms is het aanbod van beschikbare gegevens zo groot en zo divers, dat voor de schrijver behalve een goede schifting ook ordening van het grootste belang is. Helaas raakt een auteur hier nog wel eens in verstrikt. Hetzelfde geldt voor de illustraties: wat komt er wel in en wat niet. Na lezing van een goedgeschreven, helder verhaal voelt dat als een plezierige ervaring.

 

En dan komt Aaf met haar boek: Aaf, die ik weliswaar goed ken en die ik zeker van vele kwaliteiten verdenk, maar die ik nu niet direct als eerste de rol van schrijver had toebedacht. Maar zij was ermee begonnen en zij ging ermee door. Af en toe vertelde ze er iets over.

De dag dat ik het boek – in digitale vorm – in handen kreeg, ben ik het direct gaan lezen.

En wat las ik. Het verhaal van de sigaar, van Albatros, Champ Clark en Lugano, de fabriek en de familie, de drie gezinnen Koning die het met één auto moesten doen. Maar ook een stuk sociale geschiedenis dat zich in deze streken heeft voltrokken over een periode van zo’n tachtig jaar.

De verhaallijnen zijn goed herkenbaar geschreven en naast elkaar geplaatst, wat ook nog een typografisch fraai wordt ondersteund. De eigen rol van Aaf is op een plezierige manier bescheiden gehouden. Mooi hoe ze beschrijft hoe ze als klein meisje door de fabriek zwierf.

Daarbij is het geheel ook nog eens prachtig geïllustreerd, al moet ik bekennen dat ik niet alle notariële stukken al te diepgaand heb bestudeerd. Het is een mooi boek geworden Aaf, waarmee ik je van harte feliciteer.

Waarmee ik Aaf ook moet feliciteren is de uitgever die zij bereid heeft gevonden dit boek te laten verschijnen. Uitgeverij Profiel heeft een mooi en belangwekkend fonds, voor een deel op deze noordelijke streken georiënteerd in cultuur en geschiedenis. Met boeken als  ‘De geschiedenis van Usquert’ en ‘400 jaar Veenkoloniën van Harm van der Veen, en vele andere fraaie uitgaven, verkeert ‘De sigaar is koning’ zeer beslist in goed gezelschap.

Ik kan u deze sigaar dan ook van harte aanbevelen.

 

FH



                                                                                                                                                                                                                                                            naar boven

JUNI

Madelief

 

Het moeilijkste kraambezoek dat ik ooit heb afgelegd was dat aan de ouders van Madelief. De moeder van Madelief was een onzer docenten en een kraamvisite lag dan ook voor de hand. De vreugde na de bevalling, die op zich goed was verlopen, sloeg hard en wreed om toen de doctoren een ernstige afwijking bij Madelief constateerden. Het was een ziekte die nog geen medicijn kende en haar een levensverwachting van slechts enkele maanden gaf.

Ik heb daar in een zonnige tuin thee gedronken en heb Madelief even mogen vasthouden. Heel erg licht, met een smal, wit gezichtje en grote blauwe ogen.

Het was zo erg en zo onrechtvaardig dat elk woord te veel was.

We zijn allemaal naar de begrafenis gegaan en het kistje was ontroerend klein. Ik heb in hoofd en hart de beelden meegenomen. Pas maanden later kon ik er iets over opschrijven. Voor haar.

 

 

Madelief

 

Met grote ogen, wie is dat nou weer,

volgt zij mijn stille binnenkomen

zij ademt snel, zo zal haar einde komen

ik weet, ik zie haar voor de laatste keer.

 

Haar ouders, twee gebroken helden,

beleven haar met betraande wangen

met de zuurstof en de slangen,

met wat zij haar fluisterend vertelden.

 

God, als dit  ‘Uw wil geschiede’ is

dan heeft U wel wat uit te leggen

over zin en nut en diepere betekenis.

 

Maar misschien heeft U haar oneindig lief,

en huilt ook U, zonder iets te zeggen,

om zoveel bange liefde, om kleine Madelief.

 

 

 (Uit: Echt Waar!)



                                                                                                                       naar boven



 


Powered by webXpress